
Nr. 39 Visdiefje
Visdiefjes succesvol in Alphen
Nee, geen schooljeugd die de vijver bij ’t Oude Ambacht leegvist, maar een ranke, zwart-witte stern. Visdiefjes duiken bij de vistrappen langs de stuw met succes naar visjes. Het gaat zo goed met het visdiefje in het natuurgebied rondom de ontzandingsplassen, dat er dit jaar tientallen jonkies zijn geboren. Dit broedsucces was voor Jeroen Nagtegaal van Trekstation.nl aanleiding om hier meer onderzoek te doen, omdat landelijk het visdiefje achter uitgaat.
Visdiefjes bij watervalletjes
Bij de vistrappen voor de waterkrachtcentrale is de lucht op bepaalde momenten van de dag vol visdiefjes. Visdiefjes eten, zoals hun naam al doet vermoeden, bij voorkeur vis. Visjes die over de vistrappen spoelen, krijgen een tik bij het neerkomen. Ze zijn daardoor even een beetje verdoofd en een makkelijke prooi voor de visdiefjes en meeuwen.

Het visdiefje lijkt op een kleine meeuw, maar is veel slanker en behoort tot de familie van de sterns. Het is mooi gezicht om hun te zien duiken bij de vistrappen. Ze vliegen vanaf het beginpunt van de geul aan de Maas met het water mee omlaag en maken een duikvlucht als ze een vis spotten. Net als een torenvalk bidt het visdiefje in de lucht. Hier bij de vistrappen zie je ze in de lucht hangen boven de watervalletje. Op het einde, waar de geul in de Maas uitmondt, keren ze om en vliegen in een bocht terug naar het beginpunt voor een nieuwe patrouilletocht.
Tot ‘s avonds laat is er een groep van zo’n 30 visdiefjes in het luchtruim boven de geul. Met veel onderling gekrijs en in gezelschap van even luidruchtige meeuwen en onverstoorbare, stille reigers, die allemaal in dezelfde poel vissen.
Het visdiefje in een bedreven duiker. Als ze weinig vis kunnen bemachtigen, eten ze ook garnalen, kikkervisjes, weekdieren of waterinsecten.
Nederland kernland
De lichaamsveren van het visdiefje zijn licht zilvergrijs gekleurd met een zwarte kap op de kop, die doorloopt in de nek. Poten en snavel zijn oranjerood. De snavel heeft een zwarte punt. De staart is gevorkt.
Het is de meest algemene sternsoort in Nederland. Ze komen voor langs de kust en grote binnenwateren, zoals hier de zandplassen. Het visdiefje arriveert in maart in ons land en vertrekt weer in november. Zij overwinteren voor de westkust van Zuid-Europa en langs de west-Afrikaanse kust. Het visdiefje broedt hier.
Het visdiefje is wijdverspreid over het Noordelijk deel van de wereldbol. Ook in Noord-Amerika en in het Noorden van Azië komen ondersoorten van het visdiefje voor. Van de visdiefjes in Noordwest-Europa broedt het grootste deel hier in Nederland.
Versiertoer in de lucht

In maart zijn ze terug in Nederland en de visdiefjes beginnen al snel met de voortplanting. Dat begint met een versiertoer in de lucht. Bij die baltsvlucht kan het mannetje een visje in zijn bek houden. Om elkaar heen cirkelend, probeert hij dat visje door te geven aan het vrouwtje. Is de paarvorming gelukt, dan bouwen ze een nest op de grond. Het nest is niet meer dan een ondiep kuiltje in het zand. Bij voorkeur op dun begroeide zandplaten in het water, omdat ze op zo’n eilandje veiliger zijn. Hier in Alphen vinden zij die zandplaten in de plas voorbij de Veerweg ter hoogte van Moordhuizen. Ze maken hun nest soms ook op grote, platte daken met grind.
Het visdiefje is een koloniebroeder. Ook meeuwensoorten en de Noordse stern, de andere sternsoort die in Nederland voorkomt, broeden in zo’n gezamenlijke broedkolonie. De broedeilanden zijn voor roofdieren moeilijker te bereiken en gevaar uit de lucht wordt door de vele paren ogen in de kolonie eerder gezien, waarna de vogels alarm slaan. Dieren en mensen die de kolonie benaderen, worden met duikvluchten richting hun hoofd belaagd. Dat kunnen ze vrij agressief doen en de indringers verwonden, ook mensen.
De visdiefjes hebben meestal maar een legsel per jaar van 2-3 eieren. Beide ouders bebroeden de eieren ongeveer drie weken. Na enkele dagen verlaten de jongen het nest en verschuilen zich achter en onder planten of een steen. Ze zijn dat kwetsbaar voor kraaiachtigen en roofvogels. Na 24-27 dagen zijn de jongen vliegvlug. Ze worden dan nog een tijd buiten de geboortegrond door de ouders gevoerd. Soms beginnen de ouders aan een tweede legsel.
Visdiefjes en ook hun jongen keren jaren achtereen terug naar de plek waar zij geboren zijn of gebroed hebben.
Modegril, eieren rapen
Visdiefjes kwamen in het waterrijke Nederland vanouds veel voor. Rond 1900 werden ze bedreigd door een modegril. Hun veertjes stonden zo mooi op een dameshoed. Na invoering van de Vogelwet volgde herstel. In de Tweede Wereldoorlog daalde hun aantal weer, omdat hun eieren massaal geraapt werden.
In de jaren ‘50 kwamen er in ons land wel 40.000 broedparen voor. In de periode daarna nam dit aantal drastisch af tot 5000 broedparen door bestrijdingsmiddelen in het water. Bij dieren aan het einde van de voedselketen, zoals het visdiefje, vindt de grootste opstapeling van gif in hun weefsels plaats. Na het verbod op slecht afbreekbare gifstoffen volgde herstel van de populatie visdiefjes. De populatie werd rond 2007 op 16.000 tot 19.000 broedparen geschat. Daarna is de populatie weer gekrompen en ligt nu tussen de 13.000-14.000.
Deze terugval wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het verdwijnen van geschikte leef- en nestelgebieden. Aan de kust en langs meren is er meer recreatie gekomen en kale opgespoten zandvlakten raken snel begroeid. Ook het aanbod aan geschikt voedsel in het IJsselmeer schommelt met de jaren sterk. In sommige jaren verhongeren daardoor de meeste kuikens. Het visdiefje staat als kwetsbare soort op de Rode lijst.
Ringonderzoek
Hier in Alphen doen de visdiefjes het juist goed. De zand- en slibplaten zijn geschikt om een broedkolonie op te huisvesten en de ontzandingsplassen en de vistrappen zorgen voor een rijk gevulde dis, getuige het grote aantal jongen.
Uit onderzoek van Jeroen Nagtegaal voor het Vogeltrekstation bleek, dat in 2025 hier 80 tot 100 paren tot broeden kwamen en dat er wel zo’n 200 jongen wisten uit te vliegen. De jongen werden op de zandplaten gevangen en van twee ringen voorzien. Een van die ringen bevat een gekleurd gedeelte met een unieke letter-cijfercombinatie. De visdiefjes kunnen zo met een verrekijker geïdentificeerd worden, wanneer ze rusten bij de stuw of zelfs in de lucht. Het melden van deze ringen kan via submit.cr-birding.org. Lukt dat niet, dan kan altijd contact opgenomen worden met Jeroen Nagtegaal via .

Jeroen Nagtegaal onderzoekt onder andere of de visdiefjes jaarlijks eerder gaan broeden. De jongen zijn ook gewogen. Er wordt gekeken of er een verband is tussen hun conditie en de terugkeerkans als ze volwassen zijn. Door het onderzoek jaarlijks te laten plaatsvinden, houdt men in de gaten of de visdiefjes in Over de Maas het goed blijven doen en om op tijd te kunnen ingrijpen, wanneer het aantal plotseling zou dalen. Voorwaarde voor broedsucces is bijvoorbeeld, dat er weinig begroeiing op de zandplaten is. Vrijwilligers zouden te veel planten kunnen verwijderen voor de visdiefjes, zodat we ze hier bij de vistrappen nog lang hun duikvluchten kunnen zien maken.
Copyright © 2025 Werkgroep Biodiversiteit SLAG
Tekening © Jan Glas, Johan Bergsma e.a.
Foto’s © Vogelbescherming, Jeroen Nagtegaal