
Nr. 43 Pimpelmees
Behendige, kleine acrobaat
Grote kans dat u dit jaar bij de voertafel of in de tuin pimpelmezen hebt gezien. Afgelopen herfst waren er heel veel doortrekkende pimpelmezen in ons land.
De pimpelmees is makkelijk te herkennen. Deze vogelsoort heeft een blauw kapje, een zwarte oogstreep en een gele borst. De rug is mosgroen en de vleugels en staart hebben weer een blauwe kleur.
Het verschil tussen een mannetje of een vrouwtje is bij de pimpelmees lastig te zien. Het petje van de mannelijke pimpelmees is net iets feller blauw dan dat van het vrouwtje. De blauwe-zwarte streep in hun nek is bij het mannetje iets breder dan bij het vrouwtje.

Met zijn twaalf centimeter is de pimpelmees iets kleiner dan de koolmees, die rond de veertien centimeter meet. Net als zijn familielid de koolmees stelt de pimpelmees weinig eisen aan zijn omgeving. Oorspronkelijk waren deze twee soorten bosvogels die zich goed aan de menselijke omgeving hebben aangepast. Ze zoeken in tuinen en parken naar voedsel en maken graag gebruik van nestkastjes. In de winter hebben ze voer in vogelhuisjes, vetballen en pindasnoeren snel in de smiezen.
Nu in de winter eet een pimpelmees veel zaden van bomen als berk, els, veldesdoorn, beuken en lariks. ‘s-Winters tref je pimpelmezen ook in rietkragen aan. Door hun geringe gewicht kunnen ze balancerend aan een rietstengel of twijg voedsel zoeken. Op de voertafel hebben zij een voorkeur voor pinda’s.
In het broedseizoen schakelt de pimpelmees over op een eiwitrijker dieet van insecten, rupsen en spinnen. Pimpelmezen zoeken hun voedsel vaak hoog in boomkruinen. Ze zijn behendig en vinden makkelijk houvast aan een takje of voerapparaat. Ook in hun voedselkeuze zijn ze flexibel. Wanneer er geen insecten te vinden zijn, schakelen ze over op fruit, zaden, vetbollen en zonnebloempitten.
Hoor je straks in de lente in je tuin een zilver belletje rinkelen, dan is er grote kans dat een pimpelmees zingt. De hoge trillers van de pimpelmees klinken als een belletje.
Pimpelmezen zijn altijd alert. In tuin of park slaan zij als eerste alarm als er een roofvogel of kat in beeld komt. In gemengde groepen zangvogels redden zij zo andere vogellevens. Net zoals andere vogels gebruiken pimpelmezen verschillende kreten afhankelijk van de aard van het gevaar of hun ergernis naar soortgenoten of andere vogels.
Pimpelmeesinvasie uit Noorden en Oosten
Daar waar bomen staan, tref je pimpelmezen in heel Europa aan. De pimpelmees is een standvogel die jaarrond hier blijft. Het aantal broedparen hier wordt geschat op 250.000 tot 400.00. Het aantal pimpelmezen stijgt van jaar tot jaar licht. Dit wordt toegeschreven aan meer volgroeide bossen en meer verstedelijkt gebied, waarin veel tuinen en parken te vinden zijn. In de winter arriveren er wintergasten uit Scandinavië, de Baltische landen en Rusland. De aantallen schommelen en dit jaar hebben we met een piek te maken. In de winter komen er een half tot twee miljoen overwinteraars bij en zijn er tot wel een miljoen doortrekkers. Een grote kans dus dat je in deze winterperiode een pimpelmees in je tuin ziet.
In oktober 2025 vlogen heel veel pimpelmezen vooral langs de westelijke kustprovincies over ons land naar hun overwinteringsoorden. Zo’n grote aantallen overtrekkende pimpelmezen waren nog nooit geteld in ons land. Waarschijnlijk ging het om honderdduizenden pimpelmezen. Uit ringonderzoek bleek dat het vooral ging om pimpelmezen uit de Baltische landen en West-Rusland. Waarschijnlijk heeft een combinatie van een milde winter gevolgd door een droge zomer in die gebieden gezorgd voor een groot broedsucces. De voedseltekorten die daardoor weer ontstonden, leidden tot het massaal wegtrekken van de pimpelmezen in de herfst naar gebieden waar nog wel voedsel te vinden was.
Pimpelmezen zijn geen snelle trekkers. Ze vliegen meestal van bosje naar bosje. Een flink deel van de pimpelmezen is langs de kust doorgevlogen naar Noord-Frankrijk. Zeventien dagen na de piek in ons land werden grote aantallen pimpelmezen waargenomen in de noordelijke Franse kustdepartementen. Dat betekent dat de pimpelmezen het rustig aan hebben gedaan en gemiddeld vijfentwintig kilometer per dag verder trokken.
Zonnebrandcrème maakt pimpelmeesman minder aantrekkelijk

Pimpelmezen maken graag gebruik van nestkastjes. Ze broeden van nature in boomholten of in heggen. In de periode maart – juni hebben ze een, soms twee legsels. Een legsel kan bestaan uit wel tien eitjes.
Het duurt ongeveer twee weken voordat de eitjes uitkomen. Tijdens het broeden brengt het mannetje het broedende vrouwtje voer. Dan worden de jongen nog zo’n twee weken op het nest gevoerd door de ouders en daarna nog twee tot drie weken als ze al zijn uitgevlogen.
Pimpelmezen kunnen in tegenstelling tot de mens ultraviolet licht zien. De blauwe veertjes in hun petje reflecteren ultraviolet licht. Hoe meer ultraviolet licht het kopje van een pimpelmeesmannetje terugkaatst, des te aantrekkelijker vinden de pimpelmeesvrouwtjes hem. Ze willen samen met hem jongen grootbrengen. Alleen superfitte pimpelmeesmannetjes reflecteren veel ultraviolet licht. Als het vrouwtje voor zo’n mannetje kiest, is de kans groot dat ook hun jongen goede genen hebben en een goede gezondheid. De natuur selecteert zo, dat de meest gezonde mannetjes het actiefst deelnemen aan de voortplanting en de soort gezond blijft of zich zelfs aanpast.
Biologen testten deze theorie door het kapje van pimpelmeesmannetjes met UV-blokkerende zonnebrandcrème is te smeren. Vrouwtjes reageerden daar onmiddellijk op door minder voedsel aan te vliegen naar hun gezamenlijke jongen. Instinctief investeren ze minder in de jongen van een niet zo “knappe, blinkende ” pimpelmeesman. Ze sparen hun energie liever om een volgend keer jongen te krijgen met een pimpelmeesman die wel veel ultraviolet licht weerkaatst en dus waarschijnlijk gezonder is.
Notoire vreemdganger
Pimpelmezen brengen meestal een nestje jongen per seizoen groot met een partner. Pimpelmezen zijn ook notoire vreemdgangers, en dan met name de vrouwtjes. Niet alleen paren zij tussendoor met een andere partner, ze leggen soms ook enkele eitjes in een ander nest. Hier zit geen sluwe afweging van het pimpelmeesvrouwtje achter. Het pimpelmeesje denkt hier niet over na; het is instinctief gedrag. Vreemdgaan vergroot de kans op bevruchte eitjes. De eigen partner zou minder vruchtbaar kunnen zijn. Je eitje stiekem in het nest van een buurpaar leggen, is risicospreiding voor het geval er een nest verloren gaat. Opvallend is dat de koolmeesvrouwtjes vooral in het begin van hun legperiode enkele eitjes bij het buurpimpelmeespaartje onderbrengen. Gemiddeld leggen pimpelmeesvrouwtjes tien-twaalf dagen achtereen een eitje. De eerstgeborenen hebben een langer groeiseizoen en een hogere overlevingskans. Doordat de buurvrouw misschien eerder met broeden begint, vergroot het pimpelmeesvrouwtje haar kans op een vroeggeboren nakomeling. Ook dit broedparasitisme is door evolutie ontstaan. Pimpelmezen met dit gedrag hebben meer broedsucces dan trouwe pimpelmeespartners. Daardoor nemen pimpelmezen met dit gedrag toe.
Verschuiving broedperiode
Broeden doet een pimpelmees graag in een nest met een opening, zoals in een boomstronk of in een nestkastje. De invliegopening in een nestkastje voor een pimpelmees moet 28 mm groot zijn, 5 mm kleiner dan voor een koolmees.
De broedperiode van de pimpelmees schuift naar voren door opwarming. De gemiddeld hogere temperaturen in het voorjaar zorgen ervoor dat er ook eerder een piek is in aanwezige insecten en insectenlarven. Probleem is wel dat de verschuiving in insectenpiek en het uitkomen van de eitjes synchroon moet blijven lopen. Bij veel zangvogels in Nederland start het broedseizoen een week eerder dan decennia terug, maar de top in insecten is twee weken naar voren geschoven. Door natuurlijke selectie lost dit probleem zich met de jaren op. Zangvogels die eerder met broeden beginnen, hebben meer succes en nemen dus in aantal toe ten opzichte van de laatbroeders.
Copyright © 2025 Werkgroep Biodiversiteit SLAG
Tekening © Jan Glas, Johan Bergsma e.a., foto’s Nrc,Vara Vroege Vogels