Slag Alphen

Nr. 45 Kievit

Lentebode

In maart keert de kievit terug. In de polder en in de weilanden langs de Maas is de kievit dan niet te missen. Hun roep, die als kie-wiet klinkt, hangt in de lucht. De kievitmannetjes maken capriolen in de lucht en zo gauw ze aan het nestelen zijn, proberen ze met kreten en scheervluchten indringers in hun gebied weg te jagen.
Alleen in heel zachte winters blijven kieviten hier. Al in mei trekken kieviten die niet succesvol gebroed hebben naar het zuiden. De meeste kieviten trekken weg bij vorst in november en december. Ze verplaatsen zich in zuidelijke richting tot iets onder de vorstgrens. In bevroren grond kunnen kieviten niet bij hun voedsel. De meesten kieviten uit Nederland belanden zo in Frankrijk en Engeland.
De kievit komt in die delen van Europa voor waar een gematigd klimaat heerst: niet in het koude Noord-Scandinavië of het warme Middellands Zeegebied.

Weidevogel

De kievit is een typische vogel van ons weidedelandschap. Van oudsher komt de kievit hier in Maas en Waal veel voor. Meer dan andere weidevogels, zoals de grutto of tureluur. De scholekster neemt pas de laatste jaren hier in aantal toe.
De kievit dankt zijn naam aan zijn roep: kie-wiet. Kenmerkend voor de kievit zijn ook de naar achteren gerichte kuif en zijn zwart-witte verenkleed. De kievit heeft brede vleugels, waarmee deze vogel behendig door de lucht wentelt. Ook van onderen zijn de vleugels zwart-wit gekleurd. Zijn donkere rug heeft een groenblauwe, metaalachtige gloed. Mannetje en vrouwtje kievit lijken sterk op elkaar. De kuif van het mannetje is iets groter, zijn vleugels wat breder en bij het mannetje is ook het kleurcontrast groter. Alleen het vrouwtje heeft een witte keel. Bij het mannetje is de hele hals zwart.
Met zijn zwart-witte verenkleed lijkt de kievit op die andere weidevogel; de scholekster. De scholekster heeft echter geen kuif maar wel opvallende oranjerode poten en snavel.

Wormtrapper

De kievit komt vooral voor in open landschappen als weilanden en akkers. Een klein aantal leeft in de duingebieden, op kwelders, op natte heide en langs heel ondiep water. Van oorsprong is het een steppebewoner, die zich goed heeft aangepast aan open gebied, dat door de mens is gemaakt.
De kievit vindt hier zijn voedsel en favoriete broedgebied. De kievit broedt bij voorkeur in kort, vochtig grasland met open plekken.
De kievit eet ongewervelde dieren die op of net onder het bodemoppervlak leven. Dat zijn vooral wormen, insecten, slakjes en spinnen. Bij zijn zoektocht naar voedsel loopt, kijkt en pikt de kievit. Dat is mooi te zien langs de rand van de schaatsplas, waar ook de op de kievit lijkende plevieren dit zoek- en eetgedrag vertonen. De kievit trapt op natte bodems om wormen naar het oppervlak te lokken. De kievit weet, zoals vissers of kinderen die wormen proberen te vangen, dat wormen omhoogkomen, zodra de grond trilt. Het is een instinctieve reactie van de worm om te ontkomen aan mollen.
Ook op heldere maannachten gaan kieviten op zoek naar voedsel.
Na het broedseizoen verzamelen volwassen en vliegvlugge jongen zich in grote groepen. In weilanden vreten zij daar massaal emelten. Dan zijn de maden van de engerling, die de grasmat vernielen. Kieviten, maar ook spreeuwen, houden de schade binnen de perken.

Luchtacrobaat

Voorafgaande aan de paarvorming en het broedproces proberen de kievitmannetjes in de lucht de show te stelen. Ze bakenen in het gebied hun territorium af. Ze vliegen met trage vleugelslagen laag over de grond en klimmen dan sneller omhoog, waarbij ze zich op hun zij wentelen. Hierdoor komt hun zwart-witte onderkant beter uit. Bij deze luchtacrobatiek zijn hun vleugels te horen, het zogenaamde zwoegen van de vleugels. Dit baltsgedrag moet mannelijke concurrenten afschrikken en de kievitvrouwtjes imponeren. Zij kiest voor de beste luchtacrobaat. Zo’n luchtheld moet wel een blakende gezondheid hebben en dat betekent ook dat hij goede genen moet hebben. Door instinctief voor dit mannetje te kiezen, vergroot het kievitsvrouwtje de kans dat ook haar jongen gezond zullen zijn.

Bloednerveuze ouders met toneelstukjes

Het eerste kievitsei is een traditionele lentebode. Tot 1969 was het traditie dat dit aan de koning(in) werd aangeboden.
De kievit maakt een ondiep nest op de grond. De leg begint bij de kievit al begin maart en loopt door tot in juni. De kievit maakt een of twee nestjes per jaar. Gewoonlijk liggen er vier eitjes in een nest. De kievitseitjes worden ongeveer vier weken bebroed, vooral door het vrouwtje. De kievitman heeft soms meerdere vrouwtjes. Het mannetje is actief met het beschermen van het nest. Hij probeert dieren of mensen die het nest benaderen met gekrijs en scheer- en duikvluchten te verjagen. Ze doen dat met zoveel succes, dat andere weidevogels graag in de buurt van een kievitsnest broeden. Kieviten staan er ook om bekend, dat zij mensen en roofdieren met afleidingsmanoeuvres proberen weg te lokken bij hun nest. Zij wekken de indruk dat hun nest ergens anders ligt. Kieviten met jongen voeren een toneelstukje op om roofdieren op de grond te misleiden. Ze slepen met een vleugel over de grond. Het roofdier denkt een makkelijke prooi te kunnen pakken, maar wordt weggevoerd van jongen of nest.

Nestvlieders

De kievitjongen zijn meteen ter been. Het zijn nestvlieders, die na uit het uitkomen al snel het nest verlaten om zelf voedsel te zoeken. Tot twintig dagen hebben zij wel de moeder nodig. Zij zorgt bij kou voor warmte onder moeders vleugels en voor bescherming. Deze eerste drie weken zijn de kievitkuikens het meest kwetsbaar. Ze zijn pas na vijf tot zes weken vliegvlug. Voor het grootbrengen van de kuikens is het belangrijk, dat de jongen in deze beginperiode niet verstoord worden en dat ze voldoende insecten kunnen vinden.

Soortenrijke kruidenranden zijn daarvoor belangrijk. Droogte kan het aantal insecten sterk verminderen. Dan zijn er ook minder kievitkuikens die uitvliegen.
De kievitouders doen er alles aan om belagers te verjagen. Roofvogels, kraaiachtigen, hermelijnen, wezels en katten worden stevig aangepakt.

Weidevogels hebben het moeilijk

Men schat dat er in Nederland rond de 100.000 broedparen zijn in de zomer. In herfst en winter komen daar tijdelijk doortrekkers bij uit de Noordelijk landen. Kieviten zitten niet in de gevarenzone, maar hun aantallen lopen elk jaar iets terug. Dat heeft te maken met de moderne bedrijfsvoering op veebedrijven. Er wordt tegenwoordig eerder en vaker gemaaid. Dat verstoort het broedproces en grootbrengen van de jongen.
Een andere oorzaak is de afname van agrarische grond. Akkers en weilanden worden gebruikt voor stadsuitbreiding, industrieterreinen, militaire oefenterreinen, aanleg zonnevelden, wegen, enz.
Ook zijn er meer roofdieren gekomen voor wie op de grond broedende vogels en hun kuikens een makkelijke prooi zijn. Het gaat om vossen, marterachtigen en katten. Kraaiachtigen en meeuwen maken ook slachtoffers onder de kuikens. Ook het aantal reigers en ooievaars is de afgelopen decennia toegenomen en ook deze vogels spietsen kievitkuikens. In Frankrijk is ook de mens een bedreiging voor de kievit. In dat land mag de kievit nog bejaagd worden.

Rapen kievitseieren verboden

Het rapen van kievitseieren is sinds 1969 verboden. Het aantal kieviten neemt elk jaar met enkele procenten af. Sinds 1980 is het aantal kieviten met zestig procent afgenomen. Er overleven te weinig kievitkuikens om het aantal op peil te houden.
Het markeren van nesten, zodat er bij het maaien rekening mee kan worden gehouden, helpt de kievit. Maar er is ook hulp nodig in de kwetsbare opgroeiperiode. Uit onderzoek van de Vogelbescherming bleek, dat in weilanden met stroken die niet gemaaid worden en kruidenrijke zones langs de rand meer kievitjongen overleven. Zij vinden in die stroken met langer gras en kruiden beschutting en insecten. In de weilanden rondom de ontzandingsplassen wordt dit sinusmaaien al toegepast. Niet alleen weidevogels maar ook patrijzen hebben hier voordeel van. Ook een verhoogd grondwaterpeil draagt bij aan meer bodemdiertjes en dus ook meer kievitjongen, die groot kunnen worden. Op maïsakkers hadden stroken die braak bleven liggen eenzelfde positief effect.

Copyright © 2025 Werkgroep Biodiversiteit SLAG
Tekening © Jan Glas, Johan Bergsma e.a., foto’s Vogelwerkgoep De Kulert

Scroll naar boven