Slag Alphen

Nr. 47 Bloemen voor insecten

Vrijwilligers van Slag hebben langs de Lindenlaan, langs het pad van Willy van Zon naar de Appelhoek, achter het retentiebekken bij de Appelhoek en bij het bogertje aan de Greffelingsedijk vlinderborders ingezaaid. Straks in de zomer zal het hier weer een bloemenzee zijn.
Het zaad is ter beschikking gesteld door de gemeente West Maas en Waal. Het is een gevarieerd mengsel van wel 75 inheemse plantensoorten, die nuttig zijn voor vlinders, zweefvliegen, hommels, bijen en andere insecten. In het mengsel zitten keukenkruiden als Marjolein, Dille, Venkel en Karwijzaad. Er zitten bekende akkerrandkruiden in zoals Klaproos, Korenblauw en Kaasjeskruid. En heel veel inheemse soorten, die hier vroeger en nu in wegbermen en langs de dijk groeien zoals Margriet, Wilde peen, Duizendblad, Kamille en Gele mosterd. En voor de Alphenaren die er hun wildboeket plukken, zitten er soorten bij met fraaie bloemen als lage Zonnebloemen, Cosmos, Gipskruid, Violier en Akkerviooltjes.

Veel minder insecten

In dertig jaar tijd is 76% van onze insecten verdwenen. Dat verdwijnen heeft meer oorzaken. Insecten zijn klein en kwetsbaar en milieuproblemen hebben voor hun vaak snel grote gevolgen.
Van ons oppervlak is 15% natuurgebied. Veel grond is in gebruik bij boeren en ook woonwijken en wegen, dataopslagcentrums, militaire oefenterreinen en energieparken vragen om steeds meer ruimte.
In de polder zie je grote, aaneengesloten akkers, die tot de rand strak geëgaliseerd en bewerkt zijn. Nederlandse boeren hebben een moderne bedrijfsvoering en zijn erg productief. In vergelijking met vroeger zijn er minder akkerranden met bloemen en kruiden. Boerenerven, industrieterreinen en privé-tuinen zijn aangeharkt met weinig rommelhoekjes met inheemse planten die insecten nodig hebben om op te leven en zich voort te planten.
Het gebruik van bestrijdingsmiddelen is een andere oorzaak. Insectenbestrijdingsmiddelen doden niet alleen plaaginsecten, maar ook nuttige bestuivers of roofinsecten, die jacht maken op schadelijke soorten.
Door stikstof gaan sommige planten harder groeien. Andere soorten worden weggeconcurreerd. Daardoor kunnen net die drachtplanten verdwijnen die een bepaald insect nodig had om zijn nectar te halen of de waardplanten, waarop zij hun eitjes afzetten en waarvan het blad voedsel is voor hun larven.
In april en begin mei hebben we al van warm zomerweer kunnen genieten. De opwarming is een probleem voor sommige insectensoorten. Die insecten worden te vroeg in het jaar actief, wanneer er nog weinig nectar en stuifmeel te vinden is of de drachtplanten staan juist te vroeg in bloei. Voortplantingsseizoen insecten en bloeiseizoen planten matchen soms niet meer.
Nachtvlinders en andere nachtinsecten hebben last van nachtlicht in woongebieden, op industrieterreinen en langs wegen. Ze worden door het licht aangetrokken, maar ze vinden daar geen voedsel.

Insecten belangrijk voor natuur, landbouw en fruitteelt

Bij veel planten wordt er geen zaad of vrucht gevormd, wanneer niet eerst de bloem bestoven is. In Nederland is bestuiving door insecten vooral in de fruitteelt belangrijk. Uit onderzoek bleek, dat met geen of veel minder insecten er minder en kleinere appels komen. De appeloogst zou met 40 tot 50 % verminderen. Voor blauwe bessen geldt hetzelfde.
Ook in de teelt van bonen, courgettes pompoenen, paprika en komkommer is insectenbestuiving belangrijk. Zonnebloemvelden, weilanden waar luzerne en andere klavers zijn ingezaaid, produceren meer wanneer ze intensief door insecten bestoven worden.
In natuurgebieden in Nederland is 80% van de plantensoorten afhankelijk van bestuiving door insecten. Zonder insecten zal de natuur veel plantensoorten verliezen. Het leeuwendeel van dat bestuivingswerk wordt niet geleverd door de bekende honingbijen, maar door wilde bijen en zweefvliegen.

Tuinen en bermen

In Nederland hebben we 1,4 miljoen tuinen. Samen hebben die een oppervlak van tien keer de Hoge Veluwe. Tel daarbij op wegbermen, dijktaluds en groenstroken langs kanalen en sloten, dan zijn er veel mogelijkheden om het verlies aan akkerranden en natuurgebied te compenseren. Steeds meer gemeenten, provincies en waterschappen besteden hier aandacht aan. Bloemrijke randen worden ingezaaid en met maaien wordt gewacht of er wordt in fasen gemaaid om insecten een kans te geven. Boeren kunnen een subsidie krijgen voor het inzaaien van kruidenrijke akkerranden.

Inheemse soorten

Om het insectenleven te helpen, is het belangrijk inheemse plantensoorten te gebruiken. Ze leveren insecten nectar en stuifmeel. Voedsel waarmee zij zichzelf en de rest van hun kolonie voeden. Veel insecten betekent ook weer meer voer voor insectenetende vogels.
Inheemse planten en insecten zijn voor hun voortplanting van elkaar afhankelijk. Daarom doen veel inheemse plantensoorten er alles aan om op te vallen. In de loop van duizenden jaren evolutie hebben de bloemen geuren en kleuren gekregen die insecten herkennen. De vorm van de bloem is aangepast aan hun snuit- en tonglengte.
Veel tuinplanten uit Zuid-Afrika, Amerika, Australië of Azië hebben kleuren en geuren, die voor onze inheemse insecten niet het signaal zijn: daar valt iets te halen. De kelk is soms te lang voor de tong van onze vlinders en hommels. Of ze bloeien niet op het moment dat onze insectensoorten nectar nodig hebben.
De larven van sommige insecten kunnen slechts leven op een of enkele plantensoorten. In hun voedselkeuze zijn ze beperkt tot die planten. Deze waardplanten zijn belangrijk voor het overleven van deze insectensoorten. De bekende vlindersoorten Dagpauwoog, Gehakkelde aurelia en Atalanta zijn bijvoorbeeld afhankelijk van brandnetelblad.
De ingezaaide randen leveren straks niet alleen kleurige bloemen op. Het zal ook positief uitpakken voor insecten- en vogelsoorten. En misschien inspiratie zijn om zelf ook inheemse planten in de tuin toe te passen.

Copyright © 2025 Werkgroep Biodiversiteit SLAG
Tekening © Jan Glas, Johan Bergsma e.a.

Scroll naar boven